steden en landen
België
Nederland
Can. Eilanden
alle landen
InfoTalia  >  reizen  >  historische centrum Leuven

Groot Begijnhof in historische centrum Leuven (Leuven)

Als gemeenschap voor ongehuwde, semi-religieuze vrouwen (zie verder onder Begijn) ontstond dit begijnhof in de vroege 13e eeuw. De oudste geschreven documenten dateren uit 1232. Een Latijns opschrift aan de kerk vermeldt 1234 als stichtingsdatum. Vermoedelijk is de gemeenschap enkele decennia ouder. Molanus (Johannes Vermeulen, een plaatselijk geschiedschrijver uit de 16e eeuw) en Justus Lipsius vermelden 1205 als stichtingsdatum.

Net als de andere begijnhoven in Vlaanderen kende het begijnhof een eerste bloei in de 13e eeuw, en een moeilijke periode ten tijde van de godsdiensttwisten in de 16e eeuw. Een van de pastoors van dit Begijnhof, in 1490, was Adriaan Florensz. Boeyens van Utrecht, geestelijk raadsman van de jonge Keizer Karel V en vooral bekend als latere paus Adrianus VI.

Vanaf het einde van de 16e eeuw, en vooral na het Twaalfjarig Bestand in de 17e eeuw, kende het begijnhof een tweede bloeiperiode met een nabloei tot aan de Franse Revolutie. Het hoogtepunt in aantal roepingen situeert zich in een of twee generaties omstreeks 1650-1670, toen het aantal begijnen opliep tot boven 360 [1][2]. Daarna liep het aantal begijnen door oorlogen (o.a. de Negenjarige Oorlog) en ziekten terug tot ongeveer 300 omstreeks 1700 (in de literatuur dikwijls onterecht als hoogtepunt aangegeven) en tot ongeveer 250 later in de 18e eeuw. Deze kortstondige piek verklaart mede de homogeniteit in het gebouwenbestand, dat nagenoeg volledig tot stand kwam in de jaren 1630-1670. Opvallend is ook dat de begijnenpopulatie in Diest nagenoeg gelijk opgaat (weliswaar rond 1700 iets sneller afkalft) terwijl in het Begijnhof van Lier de bloei later viel (hetgeen daar aanleiding gaf tot een bouwcampagne in de Grachtkant, een halve eeuw na de laatste uitbreiding in Leuven).

Tijdens de Franse Revolutie werd het Begijnhof niet verkocht als nationaal goed, zoals dat met de kloosters gebeurde. Het beheer van het Begijnhof en al zijn bezittingen werd toevertrouwd aan de commissie van openbare godshuizen (het latere OCMW). De begijnen mochten wel in hun huizen blijven wonen, maar de vrije kamers werden verhuurd aan oude vrouwen. Een behoorlijk aantal ex-kloosterlingen vond onderdak in het begijnhof, zo onder meer de laatste prior van de abdij van Villers-La-Ville.

De laatste begijnenpastoor Julien Sterckx overleed in 1977 op bijna 107-jarige leeftijd. Hij ligt begraven op het kerkhof van de abdij van Park. De laatste begijn overleed in 1988.
© InfoTalia.com | Privacy Policy | Cookie Policy

HOME

België

nederland

landen

steden