Stel een verlichtingsplan op: hoe kan je je woning aangenaam verlichten en tegelijk energie beparen? Dit plan bestaat uit algemene basisverlichting die de hele ruimte verlicht, taakverlichting met een sterke, geconcentreerde lichtstraal voor diverse activiteiten en ten slotte sfeerverlichting.
De basisverlichting van een ruimte moet voldoende sterk zijn om contrasten te verminderen. Beeld je in dat je voor je computerscherm zit in een onverlichte kamer. De te sterke contrasten vermoeien de ogen en werken storend.
Met spotjes en andere lampen vul je de basisverlichting aan met taakverlichting op de plaatsen waar je goed wil zien: de eethoek, de leeshoek... Gericht licht toont duidelijke contrasten en geeft sterk afgelijnde schaduwen. Verder kan je er bepaalde delen van de kamer of objecten, zoals schilderijen, mee accentueren.
Met sfeerverlichting of indirect licht vermijd je schaduwen. Via muren en plafond weerkaats je een zacht licht. Je kan wandlampen gebruiken of staande lampen die de lichtstraal naar boven richten.